Zelden te zingen hymnen

Wees goed voor deze aarde, de mens, het dier, de plant,
want alles heeft zijn waarde, is schepsel uit Gods hand.

Zo begon de tekst die ik als scholier mocht voorlezen op Prinsjesdag 1975 of 1974, in de Grote Kerk van Den Haag. Misschien herkent u hem, een tekst van Hans Bouma. Op muziek gezet door Louis van Dijk kon je hem ook zingen. Hij is nooit doorgebroken. Aan de inhoud ligt het niet, ook niet wat mij betreft: vanaf middelbare school ben ik met milieuvragen bezig –daarom vroegen ze me toen-, als bewust ecoburger, als betrokkene bij de Ionacommunity en vrijwilliger bij Utrechts Landschap ook in de praktijk.
Het moet iets anders zijn dan een tekort aan ‘eco-hymnen’ dat maakt dat ze het niet halen.
O ja, er zijn er wel, vaak in combinatie met vrede en recht. Sommige haalden liedboeken.

Wij die met eigen ogen de aarde zien verscheurd,
maar blind en onmeedogend ontkennen wat gebeurt…

Geen oecumenische dienst in de vredesweek of het lied komt weer langs. In de vieringen in het woonzorgcentrum, gemiddelde leeftijd 86, kennen mensen het uit hun hoofd. Maar waartoe zing je liederen vol crisis en nood en zelfverwijt, of moralisme en opdrachten? Dat na 50 jaar aandacht voor het milieu de ecohymne nog steeds zo zeldzaam is, dat kan toch niet alleen aan onwil liggen?
Of is het ook onwil dat er nog geen liederen zijn over sexueel geweld, tegen de bankencrisis, tegen racisme?

Gemanipuleerd met ‘wij’
Ten dele is het de ‘irri-factor’ die nogal wat liederen met een boodschap kenmerkt. Neem het manipulatief gebruik van ‘wij’ in veel bestaande liederen. ‘Ontkennen wij blind en onmeedogend’? Spreek voor jezelf! Een jongere zei zuchtend: ‘Een zelfkastijdingslied.’ Die manier van evangeliseren, ‘Wij zijn toch allen zondaars?’, ligt toch achter ons? Het gaat er nu juist om verschil te maken, het verschil te zijn. Misschien dat zo’n lied in de liturgie als gezongen schuldbelijdenis kan klinken – maar die zangvorm kent niet veel toepassing. Wie werd ooit beter van zelfbeschuldiging? Een lied dat niets toevoegt aan wat we in krant en op internet al zien verdient geen plaats in de liturgie.

Waartoe gezongen in de liturgie?
Belangrijker echter lijkt me de reden waarom mensen zingen. Niet om mededelingen te doen, niet om problemen te analyseren. Voor het doen van beloften zijn betere vormen, voor het bekeren van milieudelinquenten leent zich een lied ook al niet. Ik weet het, in de reformatorische traditie bestaat een lijn van didactische liederen. ‘De tien geboden’ op muziek, net als het Onze Vader, een strofe per gebod en per bede. Het psalmvers na de preek werd uitgekozen om de boodschap van dominee nog eens te herhalen. Maar het lied in de oecumenische liturgie, en daar passen de meeste liedverzamelingen beter bij, heeft een eigen plaats. Dat lied past in een orde waarin een mens mag worden opgetild. Geen wonder dat de schepping in de liturgie als ideaal gezien wordt. En zie, het was zeer goed! Een wereld waar je van gaat glimlachen motiveert tot handelen. En juist de liederen met de simpelste en meest herhaalde de teksten, ‘Bless the Lord, my soul’, worden vaak gezongen door jongeren die een mix van eco-levenstijl en gelovige betrokkenheid laten zien.
In de voorbespreking van een kerkdienst, in gesprekken over het halen van een Fairtradekeurmerk voor de kerkelijke gemeente, in aanwezigheid in het maatschappelijke debat – daarin is de eco-aandacht op z’n plaats. Maar in de liturgie gaan er deuren open die anders dicht blijven. En daar passen alleen liederen bij die opening bieden.

Toch genoeg?
Zoek je naar een kyrie, dan vind je ecoteksten genoeg. ‘Ontferm u over de aarde, over de dieren, over de planten, over de zee, het land en de lucht…’. Zoek je liederen bij of als gebeden, dan wordt de schat nog groter. Maar steeds geldt daarbij: de sterke teksten die het irritante te boven komen hebben een solide basis in de traditie. Het lied dat Andries Govaart schreef bij de klimaatloop bijvoorbeeld sluit aan bij de oude Pinkstergebeden:
‘Zend uw adem, wij komen tot leven’. Diverse gebedsacclamaties in het Liedboek 2013 sluiten moeiteloos bij het thema aan.
Er is nog een manier van zoeken. Liederen bij specifieke zondagen slaan soms ook zomaar de brug naar milieu, aarde, natuur: Margryt Poortstra met ‘Rorate’, Zangen van zoeken en zien 408, als nieuwer voorbeeld, maar wie een oud Adventslied als dat van Barnard, ‘O wijsheid, daal als vruchtbare taal’ zingt hoort ook opeens de aarde meeklinken, NLB 2013 466.
In al die gevallen geldt: het zijn liederen met lagen, met een vloer van bijbelse of liturgische gegevens, waarop de dichter verdiepingen aanbrengt die de zanger helpen verder te kijken. Zúlke liederen hebben we nodig, meer en meer, met kwaliteit om vriend en vreemde nabij te komen. Geen liederen met mededelingen en meningen, met analyses en feiten, maar echte hymnen, die optillen. Dan kan zelfs een ‘oude psalm’, 96, een ecohymne worden:

In ‘t lied dat klinkt als Hij zal komen
zijn aarde en hemel opgenomen,
de zee herhaalt het duizendvoud
en door de stilte van het woud
weerklinkt het loflied van de bomen.

Daar wil je meer van weten, daar wil je meer mee doen!

Roel Bosch
Roel Bosch is als predikant verbonden aan de NoorderLichtgemeente in Zeist (PKN), en was lid van de redactie van ‘Opstaan!, meer liederen en gebeden uit Iona en Glasgow’ en van Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk, 2013. Op zijn blog, http://roelbosch.noorderlichtgemeente.nl/ ook aandacht voor kerkmuziek en liturgie.
Dit bericht is geplaatst in Duurzaamheid, Meditatieve tekst, Roel Bosch. Bookmark de permalink.