Het ezeltje

In  de korte, blauwe schemering
deed ik een kleine wandeling.
(…)

Stil grazend naast een grijze rots
zag ik opeens op hoge benen
een jonge ezel; zijn oren schenen
doozichtig, zijn gelaat was trots.
Zijn lange, ambren ogen blonken
als water, ernstig en bezonken
en onpartijdig was zijn blik.
En na een korte, felle schrik
verstarde ik in verwondering.
Of kan het eerbied zijn geweest
voor dit schoon, ongeschonden beest,
waarmee ik langzaam verder ging?
Een pijnlijke herinnering:
zo ben ik vroeger ook geweest,
onzware ernst en droomrigheid,
o kon ik dat nog ééns herwinnen,
Kon ik nog ééns opnieuw beginnen.

M. Vasalis

Dit bericht is geplaatst in Bezinning, Gedichten, M. Vasalis met de tags , . Bookmark de permalink.