Nieuwjaar van de bomen

Foto: Marijke van der Giessen

Proef en geniet de goedheid van de HEER (Psalm 34,9)

In de 16e eeuw in Tsefat (Safet) in Galilea (Noord-Israël) vernieuwden de kabbalisten de inhoud van het nieuwjaar van de bomen, Toe b’Sjwat, door, zoals tijdens de seder met Pesach (Pasen), een gedenkmaaltijd te houden. Vier bekers wijn worden er gedronken, zoals bij de Pesachviering – nu ter herinnering aan de vier jaargetijden en het wisselende kleurrijke kleed van wit naar rood: het eerste glas alleen witte wijn, dan wit met iets rood, dan rood met iets wit en tenslotte een beker met alleen rode wijn. Daarmee wordt gesymboliseerd het winterse wit, het nog slapende gezicht van het plantenrijk, daarop wordt met iets rood de hernieuwde groei in de lente aangeduid, een periode die begint op de 15e van de maand Sjwat, en daarna de bloei van de zomer en de volle oogst in de herfst. Tijdens de maaltijd worden uit bijbel en traditie gedeelten gelezen over de vruchten en planten van het land.

Eén van de grootste kabbalisten, Chaïm Vital, voegde er een nieuw gebruik aan toe: het eten van verschillende soorten fruit. Deze kunnen symbool staan voor de vier werelden uit de kabbala, een soort ladder waar de ene wereld hoger en puurder is dan de voorafgaande:
De wereld van Assia – het handelen – fruit met een harde oneetbare schil en een eetbare kern, eetbaar zaad, zoals amandelen, noten, banaan, granaatappel en sinaasappel.
De wereld van Jetsira – de gevoelens – fruit waarvan het zaad door een pit wordt beschermd, zoals bij dadels, olijven, perziken en abrikozen.
De wereld van Beria – het denken –fruit, dat je in zijn geheel kunt eten, zoals vijgen, druiven, appels en kumquat.
De immateriële wereld van Atsiloet – de geuren – zoals de etherische oliën van de mirtestruik en rozen.

Wat heb ik geleerd van onze vieringen van “Nieuwjaar van de bomen“? Het heeft me gevoeliger gemaakt voor de verschillende vormen van het fruit: de één met een harde buitenkant, die je kraken moet, tot fruit dat helemaal gegeten kan worden. Zo heb je verschillende mensen: de één moet je echt kraken om tot de kern door te dringen, en bij een ander moet je ze laagje voor laagje ontmantelen, en er zijn er ook die zo open zijn als kinderen.
Ik heb ook geleerd dat al in de wintermaanden het nieuwe leven begint. Bedenk dat, onder soms een harde laag, je mag weten, vermoeden, gelovig aannemen dat er ondergronds al iets nieuws aan de gang is.

Mij spreekt vooral die gelaagdheid aan, dat je nooit te oud bent om te groeien op de Jakobsladder. Rabbi Nachman van Brazlav leerde me, dat het echt verboden is oud te zijn. Soms komt pas bij het klimmen van de jaren eindelijk de kern van je bestaan boven.
Wat ik vooral er fijn van vind, is dat je de verschillen echt moet zien én proeven: ‘smaakt en ziet dat de Levende goed is’, zegt psalm 34. Daarbij is de volgorde van belang: door te proeven op je tong, gaan je ogen open. Dat bij dit smaken ook wijn hoort, begreep ik helemaal toen ik in de Franse Minervois woonde. Soms rook ik zelfs de goedheid van de Levende als het hier oogsttijd is en karren vol druiven door ons dorp reden. Santé voor lichaam en ziel!

(zie ook www.groenekalender.nl in januari)

Henk J. Huyser, jarenlang als predikant verbonden aan de Tuindorpkerk in Utrecht en aan de organisatie Kerk en Israël, verzamelt nog steeds joodse wijsheid en brengt die in praktijk.

Dit bericht is geplaatst in Henk Huyser, Teksten, Wintertijd met de tags . Bookmark de permalink.