Zee op de dijk, water

Ze zitten op een eiland, met honderdduizend. Langzaam smelt de ijskap van de noordpool en het water van alle zeeën stijgt. We moeten een dijk opwerpen, schrijven de kranten, om niet te verdrinken. Als de bosen gekapt en de bergen afgegraven zijn en in de dijk gestopt, is er nog een groot gat over waardoor heel wat zee naar binnen kan. Dus geeft ieder wat hij missen wil, om het gat te dichten: ijskasten, automobielen, beddegoed, oorbellen, statenbijbels, alles wordt  in het gat geploft tot het dicht is.

Dan, op een avond in december, springen de wind en de zee op de dijk.

Huub Oosterhuis uit: Zien, soms even, Ambo 1972.

Dit bericht is geplaatst in Duurzaamheid, Huub Oosterhuis, Teksten. Bookmark de permalink.